Verhalen van patiënten
Samen zorgen voor de beste zorg
Het verhaal van Maryam Boer, patiënte met eierstokkanker.
Geïnterviewd door Henk Schreuder, gynaecologisch oncoloog bij het UMC Utrecht.
Toen Maryam Boer in 2019 middenin de nacht wakker werd en bloedvlekken in haar bed zag, had ze nog geen idee dat dit het begin zou zijn van een intensief en ingrijpend traject. “Ik belde de huisartsenpost en de volgende dag kon ik terecht bij mijn huisarts in Dreumel,” vertelt ze. Een uitstrijkje lukte niet, waarna ze werd doorgestuurd naar Ziekenhuis Rivierenland in Tiel.
Daar volgde al snel slecht nieuws. “De arts maakte een echo en zag allemaal zwarte vlekken. Ik dacht meteen: dit is het dan. Ik zei nog: ‘Moet ik nu al mijn geld opnemen en op vakantie gaan?’” Maar diezelfde arts stelde haar gerust. “Hij zei: ‘Nee, dat hoeft niet. Ik heb hele goede collega’s in Utrecht. Daar ga je naartoe.’”
Van onzekerheid naar een plan

Maryam en Henk in de centrale hal van het UMC Utrecht
Het ging snel. Op donderdag was Maryam in Tiel en een paar dagen later al in Utrecht. “Ik kreeg daar allerlei onderzoeken. Wat mij enorm hielp, was een verpleegkundige die me letterlijk en figuurlijk aan de hand nam. Dat gaf rust in een hele onzekere tijd.”
Het duurde even voordat duidelijk werd welk type kanker het precies was. Na een kijkoperatie in de buik, waarbij biopten werden afgenomen, kwam de diagnose: eierstokkanker. Daarna volgde een uitgebreid behandelplan: eerst drie chemokuren in haar ‘eigen’ ziekenhuis in Tiel, tussendoor een CT-scan en vervolgens een grote operatie.
“We gaan u zo goed mogelijk behandelen”
Een zin van gynaecologisch oncoloog Henk Schreuder is Maryam altijd bijgebleven. “Hij zei: ‘Mevrouw Boer, we gaan u zo goed mogelijk behandelen met de opzet u beter te maken.’ Dat gaat nog steeds elke dag door mijn hoofd. Ik was altijd iemand van de kruiden en positieve gedachten, maar soms heb je gewoon medische hulp nodig.”
Behandeling in meerdere ziekenhuizen
De eerste chemokuren vielen Maryam mee. “Ik was amper ziek.” Na drie kuren volgde de grote operatie in het St. Antonius Ziekenhuis, gecombineerd met HIPEC: een spoeling van de hele buik met verwarmde chemotherapie. Daarna kreeg ze opnieuw drie chemokuren, dit keer weer in Ziekenhuis Rivierenland in Tiel.
In totaal werd ze in drie ziekenhuizen behandeld. “Maar het voelde alsof ik in één ziekenhuis was. Er was goede afstemming onderling. Dat gaf zoveel vertrouwen.”
“Het voelde alsof ik in één ziekenhuis werd behandeld”
De periode na de operatie was zwaar, maar Buurtzorg kwam dagelijks langs om voor haar te zorgen: “Ze toeteren nu nog steeds als ze langsrijden,” zegt ze lachend. Bewegen hielp haar herstel. “Ik woon op een boerderij, dus ik móést wel naar buiten. Dat heeft me echt geholpen. En pijn kun je wegdenken.”
Controles en vertrouwen
Na de behandeling ging Maryam afwisselend op controle in Ziekenhuis Rivierenland en in het UMC Utrecht. “Dat vond ik helemaal niet erg. Ik bereid me goed voor, schrijf mijn vragen op. Zolang artsen weten waar ze het over hebben, is het voor mij goed.” Ze had bovendien het gevoel dat haar artsen goed met elkaar afstemden. Het reizen was geen probleem; dat ging met ziekenvervoer per taxi. Ook vanuit de gemeente kreeg ze ondersteuning, onder andere via wijk-GGZ met yoga en mentale oefeningen. “Na twee keer was het goed. En weet je wat voor mij een mijlpaal was? Ik kocht nieuwe gordijnen. Dat durfde ik eerst niet, omdat ik dacht dat ik dood zou gaan.”

Maryam in de tuin van haar Gelderse boerderij
De laatste chemo en leven met onzekerheid
In februari 2021 kwam de kanker helaas terug. Maryam bleek een nieuwe tumor op de vaginatop te hebben. Met chemokuren is dit behandeld. Deze laatste kuur was bijzonder zwaar. “Ik heb zóveel gebeld: de huisarts, het ziekenhuis in Tiel, het UMC Utrecht. Iedereen zei hetzelfde: doe het toch. Want als de kanker terugkomt en je hebt deze kuur niet gedaan, dan blijf je jezelf dat verwijten.”
Ze zette door. Daarna kreeg ze te horen dat ze palliatief behandeld zou worden. In het UMC Utrecht kwam ze onder behandeling van een internist-oncoloog. Er werd in het DNA een BRCA-genmutatie gevonden, waardoor Maryam PARP-remmers kon krijgen om de kans op terugkeer van kanker – en ook borstkanker – te verkleinen.
“De artsen kennen elkaar echt”
Na vijf jaar kreeg ze veel bijwerkingen en stopte ze met deze medicatie. “Maar als er in de toekomst weer chemo nodig is, dan ben ik er klaar voor. Ik weet wat ik kan verwachten, waar ik moet zijn en dat ik sterk genoeg ben.”
Wat haar altijd houvast gaf, was dat ze wist bij wie ze terecht kon. “Je wint mijn vertrouwen met expertise én vriendelijkheid. Wat ik ook bijzonder vond, was dat artsen elkaar écht kennen. Henk belde zelfs een collega die op vakantie was om advies te vragen. Dat raakte me.”
Ook haar huisarts speelde een belangrijke rol. “Toen ik na mijn eerste operatie thuiskwam, stond hij ineens voor de deur. Gewoon om te vragen hoe het met me ging. Dat vond ik zo lief.” Maryam kon altijd bellen, bijvoorbeeld bij vragen over medicatie. “Alleen maar lof.”
Wat Maryam andere patiënten wil meegeven
Tot slot heeft Maryam een duidelijke boodschap voor andere patiënten en hun naasten:
“Ga niet Googelen, maar vertrouw op je arts. Heb vertrouwen in de behandeling en ga ervoor. Wees niet te eigenwijs.” Ze raadt ook aan om mee te doen aan programma’s die je sterker maken, zoals prehabilitatie (Beter Voorbereid). “Daar heb ik veel aan gehad.”
“Vertrouw op je arts!”
Daarnaast is ze nu actief in de klankbordgroep van het UMC Utrecht. “Dat vind ik waardevoller dan lotgenotencontact, omdat je samen werkt aan het verbeteren van de zorg.” Ook hulpmiddelen zoals een praatplaat met tekeningen en informatie, en het Oncomid symposium over eierstokkanker, waren voor haar van grote waarde. “Niet alleen voor mij, maar ook voor mijn familie en de mensen van de Buurtzorg.”
Maryams verhaal laat zien hoe belangrijk vertrouwen, goede samenwerking tussen de zorgverleners en menselijkheid zijn in de zorg. En hoe veerkracht, ondanks alles, kan groeien.






