Recente nieuws items van Oncomid
Miriam Koopman: één jaar voorzitterschap

Ruim een jaar geleden trad prof. dr. Miriam Koopman aan als voorzitter van Oncomid. In een vooruitblik schetste zij toen een ambitieuze koers: bouwen aan een sterk regionaal netwerk met een integrale aanpak van zorg, onderzoek, onderwijs en organisatie. Inmiddels is het eerste jaar voorbij. Tijd voor reflectie. Wat typeert dit jaar, waar staat Oncomid nu en waar wil het netwerk naartoe?
“Het eerste jaar stond voor mij vooral in het teken van inzicht krijgen,” vertelt Miriam “Inzicht in hoe Oncomid werkt met alle overlegstructuren, de mensen, hun rollen en verantwoordelijkheden. Wat hebben we met elkaar te doen?”
Dat inzicht ging hand in hand met het aanbrengen van verdere structuur. Samen met een gedreven en enthousiast team werd gekeken naar de gezamenlijke doelstellingen en wat er nodig is om deze te realiseren. “Ik ben ongelofelijk onder de indruk van wat er al staat. Er gebeurt enorm veel: in de verschillende werkgroepen, binnen de tumortypenetwerken (TTN’en), maar ook op tumoroverstijgende thema’s.”
Oncomid als frontrunner
Die inzet blijft niet onopgemerkt. Oncomid geldt inmiddels op veel plekken als voorbeeld. “Niet alleen landelijk, maar ook internationaal. Dat laat zien dat we goed bezig zijn.” Tegelijkertijd ligt daar een nieuwe uitdaging: voorop blijven lopen. “Niet omdat het een doel op zich is, maar omdat we met elkaar hebben afgesproken dat we als regionaal netwerk willen zorgen voor het beste individuele behandeladvies voor elke patiënt, met de grootst mogelijke kans op een goede uitkomst. En om dit te realiseren moet je ambitieus zijn.”
Dat Oncomid soms vooroploopt, ziet ze vooral als een kans. “Als frontrunner loop je tegen dingen aan die niet altijd meteen lukken. Maar juist daar kunnen anderen weer van leren. Dat mag ons er niet van weerhouden om vooruit te blijven gaan.”
Een concreet voorbeeld van dat vooroplopen ziet Miriam in de governance. “Vanuit het landelijke platform OncoNL is recent een voorstel gedaan voor een uniforme governance van netwerkzorg. Een groot deel daarvan deden wij binnen Oncomid al. Daarmee waren we de tijd eigenlijk al vooruit.”
De bestuurlijke realiteit
Toch waren er ook verrassingen. Met name de intensiteit van de bestuurlijke samenwerking. Binnen Oncomid zijn inmiddels meerdere overlegtafels ingericht: de managementboard, het bestuurlijk overleg en een bredere tafel rondom concentratie en spreiding in het kader van het Integraal Zorgakkoord (IZA).
“De uitdaging zit in het helder krijgen: welke tafel houdt zich bezig met welke onderwerpen? En hoe zorgen we voor goede verbinding, zodat we niet langs elkaar heen werken?” Daarin zijn inmiddels belangrijke stappen gezet. Onderwerpen zijn explicieter belegd, verantwoordelijkheden verduidelijkt en er is een structureel overlegmoment gekomen waarin de drie tafels met elkaar verbonden zijn. Ook zijn de overleggen beter op elkaar afgestemd in de tijd, wat de efficiëntie ten goede komt.
“Het spanningsveld tussen de bestuurlijke en medisch inhoudelijke kant is hierin misschien wel mijn grootste persoonlijke uitdaging geweest,” geeft Miriam toe.
Financiën als grootste uitdaging
Oncomid verbindt veel verschillende stakeholders en juist daar ontstaan soms spanningen. “Als je medisch-inhoudelijk kijkt, kunnen we samen prachtige dingen neerzetten. Het wringt vooral bij de financiën.”
Zorg spreiden over locaties, samen werken aan transparante uitkomsten en kwaliteitsverbetering: inhoudelijk is er vaak consensus. Maar financiële stromen lopen anders. Ziekenhuizen moeten hun eigen organisatie overeind houden, maatschappen hebben hun eigen belangen en er zijn verschillende vormen van samenwerking die niet altijd synchroon lopen. “Ik ben bang dat die financiële structuren belemmerend kunnen werken voor échte samenwerking.”
Toch is Miriam optimistisch. “Ik ben ervan overtuigd dat we het virtuele dak kunnen realiseren, maar we moeten deze drempels wel goed in kaart brengen. Dat vraagt om betrokkenheid van álle stakeholders: medisch, bestuurlijk, financieel en juridisch. En dit gaat verder dan alleen oncologie.”
Samenwerken onder een virtueel dak
De ambitie blijft helder. “Uiteindelijk willen we als regionaal netwerk echt één zijn: samenwerken onder één virtueel dak. Een patiënt komt binnen in Oncomid – het maakt niet uit waar – en krijgt overal hetzelfde behandeladvies, dezelfde afgestemde zorgpaden en dezelfde kwaliteit van zorg.”
Dat betekent echter niet dat alle ziekenhuizen hetzelfde worden. “Iedere locatie behoudt zijn eigen kleur. Complexe, laagfrequente zorg wil je concentreren, terwijl laagcomplexe, hoogfrequente zorg dicht bij huis kan. Zo krijgt ieder huis misschien juist een duidelijker profiel.”
Voor patiënten betekent dit duidelijkheid en vertrouwen. “Zorg die dichtbij kan, wordt dichtbij geleverd. Ik denk zelfs dat artsen in de toekomst vaker naar de patiënt toe zullen reizen in plaats van andersom.”
De stem van de patiënt
Het patiëntbelang staat daarbij altijd centraal. “In alles wat we doen nemen we de patiënt mee. We blijven onszelf de vraag stellen: doen we nog steeds wat vanuit patiëntperspectief gewenst is?” De Oncomid werkgroep Patiëntenparticipatie speelt hierin een belangrijke rol en zal in de toekomst nog nadrukkelijker worden betrokken bij alle stappen, op alle niveaus.
Academische blik als meerwaarde
Als academisch medisch specialist en sinds kort medisch directeur thema Oncologie binnen het UMC Utrecht brengt Miriam waardevolle expertise mee. “Mijn achtergrond in onderzoek en mijn brede netwerk neem ik mee naar Oncomid.”
Haar jarenlange ervaring binnen de onderzoeksgroep PLCRC stelt haar in staat om de beweging richting een lerend zorgsysteem te versterken. “Niet alleen leren van gerandomiseerde studies, maar ook van real world data uit de dagelijkse praktijk, en die kennis weer terugbrengen naar richtlijnen.”
Die missie is helder: “Het voor elke patiënt beter maken, leren van iedere patiënt en toewerken naar een behandeladvies op maat met de best mogelijke uitkomst.” Daarbij betrekt ze actief relevante stakeholders, zoals zorgverzekeraars, overheid, het Zorginstituut en de farmaceutische industrie. “Als we echt vooruit willen, zullen we de gezondheidsdatainfrastructuur in Nederland moeten veranderen en daar hebben we al deze partijen bij nodig.”
Persoonlijke opbrengst
Wat heeft het voorzitterschap haar persoonlijk al gebracht? “Een geweldig team erbij, met veel energie en enthousiasme. En door mijn rondgang langs alle ziekenhuizen heb ik gezien hoeveel mooie en waardevolle initiatieven er zijn. Ik werk zelf in het UMC Utrecht, maar het heeft me veel gebracht om te zien hoe het op andere locaties gaat. Ik ben er immers voor alle ziekenhuizen.”
Tot slot de vraag wanneer ze over een aantal jaar zelf tevreden terugkijkt. Wanneer is het voorzitterschap voor haar geslaagd? Het antwoord is duidelijk: “Als we dat virtuele dak écht ervaren en uitvoeren, op zorg, onderzoek, onderwijs en organisatie. En als we kunnen laten zien dat we – tumorgericht én tumoroverstijgend – samen stappen hebben gezet die bijdragen aan onze missie: het voor elke patiënt beter maken.”
“Dan,” besluit ze, “is het voorzitterschap voor mij geslaagd.”



Op vrijdag 20 maart organiseert de werkgroep Verpleegkundig (specialisten) Netwerk een geaccrediteerd aftrapsymposium, bedoeld voor oncologie verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten oncologie en palliatieve zorg. Met dit symposium wordt officieel het startsein gegeven voor een regionaal netwerk van deze groep zorgprofessionals.
Woensdag 11 november vond de jaarlijkse fysieke bijeenkomst plaats van de Oncomid werkgroep Patiëntenparticipatie in het UMC Utrecht. Hierbij kwamen patiënten, leden van de cliëntenraden van de Oncomid-ziekenhuizen, beleidsmakers, een medisch specialist en NFK samen om van gedachten te wisselen over uiteenlopende actuele thema’s rondom (regionale) patiëntenzorg binnen Oncomid.






Kun je vertellen hoe belangrijk het regionale MDO is voor de zorg voor longkankerpatiënten in de regio?
